Stichting Sociaal / Medische Hulpverlening aan Oost -  Europa

help ons anderen helpen Roemenië, mei 2004

 
 
S M H O

kvk 41077922   bank 116508655   iban NL 13 Rabo 0116508655   secretariaat postbus 160, 6230 AD  MEERSSEN   email mail@smho.nl 

                               
 Omhoog

Wegens de jarenlange band die er bestaat tussen de gemeente Meerssen en de gemeente Vatra-Moldovitei in Roemenië is burgemeester G. Kockelkorn van Meerssen uitgenodigd om deel te nemen aan een werkbezoek. Onderstaand een reisverslag van hem.

 

Roemeens paard stopt Meerssense Mercedes

Zaterdag 1 mei 2004.

Midden in de nacht, om vijf voor vier, gaat mijn biologische wekker af. Vijf minuten later wordt ook mijn vrouw wakker. Van het gerinkel van de mechanische wekker. Ik moet plassen, struikel over een koffer en ben bij de les: we gaan naar Roemenië! Met en paar "oudere jongeren" van de SMHO, de Stichting Sociaal Medische Hulpverlening aan Oost-Europa. 1 mei was vroeger de grote dag van het communistische Oostblok. De Dag van de Arbeid, met parades en toespraken van de meestal stokoude leiders. Dat is voorbij, maar toch is deze dag een soort feestdag. Tien staten treden toe tot de Europese Unie, waarvan acht in Midden- en Oost-Europa. Symbolischer had onze dag van vertrek niet gekozen kunnen worden.Al ruim twee jaar heeft de SMHO aangedrongen om een keer met een van hun 'ontwikkelingstochten' mee te gaan . Telkens ontbrak de tijd. Nu heb ik ingestemd. Onder drie voorwaarden: mijn vrouw gaat mee, ik ga in mijn eigen tijd en we betalen de kosten zelf. Mijn vrouw is al vaak genoeg alleen en ik wil geen gezeur, niet van haar, niet van de gemeenschap, niet van de politiek en al zeker niet van de pers. Bovendien vind ik het pervers om op kosten van een hulporganisatie een interessante reis mee te maken.

De bel gaat en rustige Theo staat met de Mercedesbus voor de deur. We richten ons in op de achterbank. Jo, Pierre en Jan worden opgehaald in Moorveld. Met twee auto's gaan we op weg. Fahren, fahren, fahren auf der Autobahn! Na vele uren en vele honderden kilometers bereiken we de Hongaarse grens. De Europese vlag wappert in top! Onze paspoorten worden vluchtig bekeken. Ik herinner mij de grimmige taferelen van vroegere reizen naar het Oostblok. Ik ben een Euro-optimist en dus geniet ik hiervan!

We passeren Boedapest. Ik denk aan de opstand van 1956. Bloedig neergeslagen door de Sovjets.
200.000 Hongaren zochten asiel in het buitenland. In Nederland werden ze met bloemen ontvangen. Kom daar nu eens om!

Langzaam valt de avond over de uitgestrekte poesta. We zoeken een onderkomen voor de nacht in Szolnok. Nooit van gehoord! Het hotel ademt nog de sfeer van de communistische heilstaat. Het beton brokkelt af. Maar het eten is goed en de prijs belachelijk laag. Even wat rondwandelen! Het oudere gedeelte van de stad is prachtig, de meisjes zijn mooi en hip. Misschien nog wat moe, want gisternacht is er blijkbaar flink gefeest. Vanwege de EU! In Hongarije gaat het zichtbaar de goede kant op. Hoe zal het in Roemenië zijn?

 

Zondag 2 mei.

Aan de Roemeense grens wordt iets strenger gecontroleerd, maar ook hier een ontspannen sfeer. Roemenië wil maar wat graag bij de Europese familie horen. Alleen al aan de erbarmelijke kwaliteit van de wegen kun je merken dat dit nog wel even zal duren. Het begrip lintbebouwing moet hier uitgevonden zijn. Een eindeloze aaneenschakeling van kleine boerenhoeven. Iedereen heeft een koe en wat kippen. En een behoorlijk stuk grond met allerhande schuurtjes en bijbouwsels. Aan plaats geen gebrek. Was dat het wat Hitler bedoelde met 'Lebensraum'  bij zijn verovering van het oosten? En overal zijn er kerken en kerkjes! Prachtig onderhouden en op deze zondagochtend druk bezocht. Een communistische ontwenningskuur van ruim een halve eeuw heeft de mensen blijkbaar niet van de religieuze "opium van het volk" af kunnen houden.

We rijden de Karpaten in. Prachtige natuur, die we hobbelend, vanwege de miljoenen kuilen in de wegen, bewonderen. Onze chauffeurs blijken kalme acrobaten te zijn. Ze zijn hier vaker geweest! Uiteengevallen in losse onderdelen bereiken we onze bestemming Vatra Moldovitei.
 Een lieve glimlachende oudere mevrouw met boerenschort wacht ons, samen met vele familieleden, op het erf op. Het blijkt Tilika Dumitrachevici-Klein te zijn. Bij velen in Meerssen bekend als 'de engel' van de Karpaten. Een ongelooflijk kranige en moedige vrouw van boven de zeventig met de levendige gelaatsuitdrukking van een jong meisje. Haar leven luistert als een boek. Zo'n tweehonderd jaar geleden zochten haar Duitse voorouders, samen met miljoenen andere arme sloebers, hun heil in Oost-Europa. Als kind door het lot van de Tweede Wereldoorlog van hot naar haar gesleept, maar uiteindelijk teruggekeerd in haar geboortedorp. Waar zij energiek, maar ook soms geërgerd over laksheid en corruptie van de autoriteiten en vele Roemenen, werkt aan de verbetering van de toestand. Ze heeft ook een Duits paspoort, dus ze zou naar de rijke Bondsrepubliek kunnen 'heimkehren'. Maar dat wil ze perse niet! "Dies ist meine Heimat! Und wenn du immer fleissig arbeitest, wird es eines Tages besser, hat die Mutter gesagt. So ist mein Schicksal!" Een prachtige vrouw!

 

Maandag 3 mei.

Vroeg uit bed om de orthodoxe mis in het nabije nonnenklooster bij te wonen. Prachtig complex, dat op de lijst van het culturele werelderfgoed van de Unesco staat. Beroemd vanwege de beschildering van de buitenmuren van de kerk. Het hele oude en nieuwe testament weergegeven in de vorm van een soort stripverhaal. Maar ook historische episodes, zoals de strijd tegen de Turken. Wat mij het meeste verbaasd is een portrettengalerij van de belangrijkste Griekse filosofen. Zonder heiligenaureool, want van voor Christus, maar wel met een kroon. Blijkbaar heeft de orthodoxe kerk hun denken geïntegreerd in haar wereldbeschouwing. Van binnen is de kerk prachtig Byzantijns versierd. Het glas dat de iconen beschermd is plakkerig van de vele kussen van voornamelijk vrouwenmonden. Het gezang van de nonnen heb ik wel eens beter gehoord. Maar de televisie met Bush, Boris en al die andere vluchtige idolen is even heel ver weg.

We komen nu echt in actie. In de bus liggen honderden pakketten opgestapeld, onder leiding van het oudercomité, liefdevol samengesteld door kinderen van basisschool De Gansbeek. We bezoeken scholen en schooltjes in Vatra 'centrum' en in de dorpjes Valea Stanei, Ciumurna en Sparturi. Donkere, maar ook verrassend vaak felblauwe, oogjes staren ons verlegen aan. We delen de pakketten uit en voelen ons nog meer verlegen. Want wij zijn niet de weldoeners, maar de kinderen van Meerssen. Tilika blijkt simultaan te kunnen vertalen. Na de bezoeken aan de klassen worden we in elke school naar de rommelige docentenkamer geleid. Daar moet blijkbaar op gedronken worden! Tegen twaalf uur hebben we al ettelijke likeurtjes achter de kiezen. Een Roemeen is blijkbaar geen echte vent als hij niet achteloos elke dag een fles Schnaps of andere sterke drank achter zijn kiezen slaat. Uitermate gedienstige vrouwen serveren ons gevulde eieren, gehaktballetjes en ander lekkernijen. Honger en dorst hoef je in het agrarische Roemenië niet te lijden!

Tegen vier uur wordt in de laatste school die we bezoeken weer een complete maaltijd verstrekt. Mijn vrouw kijkt bezorgd naar haar buik. De priester van de parochie is ook met zijn vrouw aanwezig. In de orthodoxe kerk heerst blijkbaar een omgekeerd celibaat: een parochiepriester móet getrouwd zijn. De burgemeester heeft tussen het 'halen' van kalveren - hij is veearts - ook even tijd gevonden om kennis te komen maken. Je kunt merken dat elk kalf met alcohol besprenkeld is. We wisselen vriendelijkheden uit. De pastor nodigt ons uit om even bij hem langs te komen. Graag gedaan, want we zijn zeer nieuwsgierig. In een omgeving van boeken en tapijten wordt weer drank geserveerd en een heerlijke coupe ijs. Er ontspint zich een theologisch gesprek over het verschil tussen de orthodoxie en het katholicisme Volgens de pastor zijn beide kerken zusters. Maar een groot verschil is het gebruik van gedesemd versus ongedesemd brood in de Eucharistie. Dat mij dit niet zo wezenlijk lijkt wordt door de priester niet begrepen. Mij valt op dat de duivel een belangrijke rol speelt.

Het kwaad is een persoon en heeft een gezicht en is zeer actief in ons leven. We moeten voortdurend op onze hoede zijn. Ik denk dat het kwaad meer in ons zelf zit. Mijn collega-burgemeester wordt dit getheoretiseer blijkbaar te gortig. Hij moet plotseling weer naar het schooltje, naar later aan ons verteld wordt, om er nog even een paar glaasjes achterover te slaan. "Andere Länder, andere Sitten!" merkt Tilika wijs op.

 

Dinsdag 4 mei.

We bezoeken Cimpulung, een stad in de omgeving met een ziekenhuis. Eerst naar de burgemeester. Gesprek op zijn kantoor, waar grote waardering wordt uitgesproken voor het vele werk dat SMHO al jarenlang voor het plaatselijke ziekenhuis verricht. Met een drankje natuurlijk!

In het ziekenhuis kan ik met eigen ogen vaststellen dat hier inderdaad zeer veel gedaan moest worden en ook reeds gedaan is. De staf maakt een degelijke indruk en wil er alles aan doen om een aanvaardbaar hygiënisch en medisch niveau te bereiken. Op hun witte jassen prijkt het symbool van het AZM. Het academische ziekenhuis heeft de stichting zeer geholpen om te helpen en ook nu weer. Er worden deze keer een video gastroscoop, een video colonoscoop en een videoprocessor aan Dr. Adrian Cosinschi, directeur van het ziekenhuis aangeboden. Ik bekijk de uitgestelde apparaten, vanwege eerdere persoonlijke ervaringen daarmee, met afgrijzen. De directeur daarentegen heeft een blos op zijn wangen van trots en opwinding. De pers is aanwezig en er worden vele foto's gemaakt.

We bezoeken het enige houtmuseum ter wereld. Bucovina, de streek waarin we ons bevinden, is beroemd vanwege zijn voortreffelijke houtsoorten. Daar kun je zowat alle gereedschappen, keukengerij, meubels en voertuigen mee maken. Plastic had men hier vroeger absoluut niet nodig. Het grote verschil is, dat de houten voorwerpen mooi zijn en met de jaren steeds mooier worden.

Er blijkt ook nog een Franse delegatie op bezoek te zijn, die een ambulance is komen brengen. We gaan gezamenlijk aan tafel. Even is Roemenië al lid van de EU. Er worden mooie woorden in vier talen gesproken. Als we de Limburgse dialecten meetellen komen er nog een paar bij, waaronder het Maastrichts, want er blijken twee Sjengen in onze delegatie te zitten. Gezellige lui, zeker aan tafel!

Een journaliste troont ons mee naar een instituut voor kansarme jongeren. Aardige jongens en meisjes vertellen ons dat ze het liefste hier zo snel mogelijk vertrekken. Men wordt beziggehouden met het beschilderen van eieren en het experimenteren met door het westen afgedankte computers. Achter dit initiatief zitten Amerikanen, die de voorwaarde gesteld hebben, dat men na een jaar op eigen benen verder kan.

's Avonds ben ik in gedachten bij de dodenherdenking in Meerssen, temeer daar ik in het houtmuseum een foto van de legendarische Joodse zanger Joseph Schmidt zag hangen, die in deze streek geboren is en op de vlucht voor de Nazi's in Zwitserland in een interneringskamp door uitputting overleden is. Vroeger woonden in Bucovina zeer veel joden. De meeste zijn in WO 11 vermoord, de teruggekeerden zijn de laatste jaren vrijwel allemaal naar Israël verhuisd. In Cimpulung zag ik nog een Synagoge, maar die wordt evenals die van Meerssen niet meer gebruikt! Bucovina is cultureel een stuk armer geworden!

 

 

Woensdag 5 mei.

Het schooltje van Vulcano hebben we nog niet gehad. Argeloos word ik in de bus een berg opgereden. Onverharde weg. Plotseling moeten we midden in een bos uitstappen. Hier is gemotoriseerd verkeer onmogelijk. Beladen met geschenkdozen van Meerssense kinderen gaan we te voet verder. Op de top van de berg staat een soort boerderij. Wat vermoedelijk ooit een stal was blijkt het leslokaal te zijn. Zo'n 12 kinderen van alle leeftijden, die op hun paasbest gekleed zijn, kijken ons stralend aan. Een fitting zonder lamp aan het plafond. Door een raampje treedt wat daglicht binnen. Ik krijg een Kerstmisgevoel. We delen de dozen uit. Een meisje is dolgelukkig met haar nieuwe Barbiepop. Ik voel mij weer een beetje beschaamd. Voor kerstman spelen is leuk, maar een eerlijkere verdeling van de rijkdommen der aarde is beter. De kinderen zingen uit dank een lied over de Primavarra. De lente is gelukkig voor iedereen gelijk!

Terwijl de ervaren SMHO'ers ingewikkelde bankzaken regelen, bezoeken Anneke en ik een markt. We kopen een CD met Roemeense folk. Dan zijn de anderen er weer. Even een terrasje pikken. Acht consumpties voor 120.000 Lei. Een vermogen? Drie Euro!.

De burgemeester van het stadje Vama verwacht ons op zijn kantoor. Aan de muur hangt de Limburgse vlag. We zijn een beetje thuis. Mijn collega is een actieve Europeaan. Heeft voor zijn werk een onderscheiding van de Raad van Europa gekregen. Trots laat hij de bijbehorende foto zien. Maar zijn gasleidingproject waarvoor hij onze belangstelling tracht te wekken, is een maatje te groot voor de stichting. Zijn vrouw heeft thuis een heerlijke maaltijd bereid. Tilika beschouwt deze bekwame bestuurder, die zij liefkozend Bibi noemt, als haar pupil. Iedereen zoekt naar mogelijkheden om hem te helpen bij zijn strijd voor de vooruitgang.

Na een korte rustpauze in Vatra gaan we op weg naar een hotel in Cimpulung voor een feestavond met de staf van het ziekenhuis. Het eten wordt mij langzaam te veel. Maar de gesprekken zijn geanimeerd. De charmante echtgenote van de cardioloog vertelt trots dat zij ooit in Olanda geweest is om een auto te kopen. Bij de Vinkenslag! Ik vertel niets over collega Leers! Er treedt een folkloristisch muziek- en dansgezelschap op met wervelende Roemeense muziek. Wegens oprispend maagzuur laat ik alle zoete alcohol aan mij voorbijgaan. Het ontlokt de directeur de kwinkslag dat zij inmiddels over een gastroscoop beschikken en mijn maag wel even willen onderzoeken. In mijn antwoord revancheer ik mij met de opmerking, dat wanneer in Roemenië de ontwikkelingen zo razendsnel gaan als hun flitsende dansen, de stichting volgend jaar niet meer terug hoeft te komen om hulp te bieden. Een klaterend gelach klinkt op. De Roemenen blijken gevoel voor humor te hebben. We zijn nu echt thuis en merken nauwelijks nog dat onze gastheren Roemeens spreken.

 

Donderdag 6 mei.

We zijn vrij. Mooi toeval na onze bevrijdingsdag van gisteren? Prachtig weer in de Karpaten. We bezoeken het plaatselijke klooster waar zuster Tatjana ons alles uitlegt. Sommigen hebben dit blijkbaar al vaker gehoord, maar moeten van de strenge lerares bij de les blijven. We bezichtigen ook de verblijven voor de bezoeken van de patriarch. Mijn voorganger Majoor blijkt hier ook geslapen te hebben. De bedden lijken mij aan de kleine kant. We bezoeken in Sucevita nog een klooster. "Was Ceaucescu slecht voor jullie?" vraag ik aan de plaatselijke uitlegnon. "Nee, hij gaf ons geld voor restauraties en voor levensonderhoud. Nu krijgen we niets meer!", luidt het verrassende antwoord. Ik leg mij neer bij de constatering, dat blijkbaar niemand puur slecht en vermoedelijk ook niemand puur goed is. Zolang het over mensen gaat natuurlijk!

De avond wordt besloten met een officieel bezoek aan de burgemeester van 'onze' gemeente Vatra Moldovitei, ooit door de gemeente Meerssen geadopteerd, toen Ceaucescu honderden dorpen in Roemenië wilde slopen om er afzichtelijke flats voor in de plaats te zetten. Veel wijzer worden we er niet van. Nergens blijkt een visie op hoe de hulp het beste opgepakt kan worden en met eigen inzet vrucht kan dragen. Blijkbaar kunnen we beter direct met particulieren in zee gaan. Ik kijk haast vertederd naar Tilika wanneer zij de burgemeester terecht wijst inzake een schrijnend geval van onrecht uit het verleden. "Früher hatte ich Angst. Ich bin von der Securitate befragt! Jetzt sage ich was ich denke!" Ik krijg steeds meer het gevoel dat in Roemenië de vrouwen het moeten doen.

Thuis wordt geëvalueerd. Het was een goed bezoek! Vele kinderen zijn blij gemaakt. Aan de scholen wordt gewerkt en het ziekenhuis heeft een flinke stap vooruit gemaakt. De plaatselijke krant heeft er lovend over geschreven. Tegen de journaliste heb ik in alle bescheidenheid en eerlijkheid opgemerkt, dat we niet alleen iets brengen, maar ook iets mee terugnemen. Het gevoel voor een betere balans met de natuur, de relativering van het belang van materiële goederen en de zorg voor elkaar.

Zo ver van huis hebben we het natuurlijk ook over Meerssen en over Maastricht en over Limburg, kortom over ons eigen leventje. De pluspunten, maar ook de minpunten. Bijvoorbeeld de overstresste leefstijl. De rat race, die vele psychiaters werk bezorgt . Merkwaardig dat je deze zaken van ver af beter ziet! We gaan naar bed. Het meegebrachte bier is op!

 

Vrijdag 7 mei.

Roemeens paard stopt Meerssense Mercedes

Naar huis. Tilika gaat mee tot een dorpje bij Mannheim. "Ich will meine cousine nochmal sehen bevor sie stirbt!" Haar hele hebben en houden voor deze lange reis zit in een kleine plastic draagas. We schamen ons voor onze gevulde koffers. Een van onze tassen wordt leeggemaakt en aan haar gegeven. We hobbelen door haar Roemeense Heimat. Niet ver van de Hongaarse grens merkt Jan op dat de rechtervoorband van de Mercedes langzaam leeg loopt. Gelukkig zijn we vlak bij een loods, die moet doorgaan voor een garage. De band wordt onderzocht. Er blijkt een hoefnagel van een paard in te zitten. Waarschijnlijk van een paard van een van de talloze platte karren, waarmee honderdduizenden Roemenen nog steeds door hun land rijden. Nee, het lijkt meer op zweven, want de geweldige dikke en zachte banden vangen de schokken beter op dan de veringen van onze auto's. Op de slordig op de opstand gelegde plank zit meestal een paar, in sjofele kleding en met laarzen aan. Zichtbaar voor eeuwig in de echt verbonden. Achterop vaak een oudere man of vrouw. Opa? Oma? Voor de rest wat planken, wat stro, een geit of schaap. Voorop twee trots dravende paarden. Met rode slierten wol langs de oren.

"Voor deze mensen doen we het", gaat er door mijn hoofd. Maar een van die paarden heeft wel onze Mercedes tot stilstand gebracht. De wraak van de arme sloebers?

De band is gerepareerd. Kosten vijf Euro! "Ceaucescu war Scheisse", vat de monteur de moderne geschiedenis van heel een volk samen. "Wir liegen vierzig Jahre zurück!" "Jullie komen er óók wel", mompelen wij. "Maar God weet waar en hoe lang het duurt", denk ik erbij.

Wij hebben in ieder geval nog zo'n slordige 1500 kilometer voor de boeg. "Kom op jongens. Naar Meerssen!"

Multumesç Romania! Bedankt Meerssen! Respect voor Jan Besseling, Theo Heemels, Jo Kurvers en Pierre Lahou! Danke Tilika en Annika!

 

Ger Kockelkorn